test

Het ongeval thuis

Een jongen van 10 valt van een ladder bij hem thuis. Zijn vader had goed gevonden dat hij er op klom, maar was vergeten dat een paar van de hogere sporten waren doorgerot. Het jongetje breekt een enkel en een been en blijft vanwege achterstand op school door het letsel en de revalidatie een jaartje extra in groep 3 zitten. Op latere leeftijd moet het enkelgewricht misschien worden vastgezet. Het gezin heeft een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. Er wordt advies gevraagd aan oom Jaap, die jurist is bij een thuiszorginstelling.

Op advies van oom Jaap wordt er alleen een beroep gedaan op de ongevallenverzekering maar niet op de aansprakelijkheidsverzekering. Volgens oom Jaap is er geen aansprakelijke partij anders dan de vader, en zijn aansprakelijkheid tegenover gezinsleden zou niet gedekt zijn.

Als na 10 jaar blijkt dat het enkelgewricht moet worden vastgezet, adviseert oom Jaap dat de vordering van vader op dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering is verjaard, ook als die wel dekking zou hebben gegeven. De verjaringstermijn onder verzekeringen is immers maar 3 jaar.

Wildeboer AVS zou anders hebben geadviseerd dan oom Jaap. Er was na het ongeval behoefte aan een belangenbehartiger met kennis van zowel het letselschaderecht als van het verzekeringsrecht. Een gespecialiseerde letselschade advocaat lost problemen op waar een ander ze niet herkent of laat zitten. Zo’n advocaat was in deze zaak niet aanwezig. Zonde toch?